SvenskaEnglishDeutschFrançaisNederland
Michel Fokine
Michel Fokine
(1880-1942)


Carina Ari, 1920
Carina Ari
(1920)


Inghelbrecht
Desiré-Émile Inghelbrecht, Carina Ari (1922)


Rêve (Droom)
Rêve ("Droom"), 1925

La danse pour les oiseaux (De dans voor de vogels), 1925
La danse pour les oiseaux ("De dans voor de vogels"), 1925



Ode à la Rose Sketch
"Ode till rosen"



Carina Ari 1930
Carina Ari in 1930



Blå bergens dotter
'Blå bergens dotter'
in "Månstrålen", 1934


Jan Moltzer, Carina Ari
Jan Moltzer, Carina


Jan Moltzer, Carina Ari
Niagara Falls

Over Carina Ari (1897-1970)

Carina 1897 Baby
Carina Jansson 1897


Carina, 6
Carina 6 jaar


Carina, 12
Carina 12 jaar


Carina, 1915
Carina als kozak in 1915


Carina Ari, Jean Börlin
met Jean Börlin,
Opera van Stockholm, 1918


Carina Ari, 1917
Carina ("Sylfide") in 1917


Carina Ari, 1921
Carina Ari in 1921


Rolf de Maré
Rolf de Maré in het Théâtre de Champs


Serge Diaghilev
Serge de Diaghilev (1872-1929), grondlegger van Les Ballets Russes, (het voorbeeld voor Les Ballets Suédois)


Carina Ari, Dårhuset

Carina Ari was een ballerina met een buitengewoon rijk register. Daarbij had ze ook nog iets, wat je bij gebrek aan een adequatere beschrijving "aanwezigheid op het toneel" zou kunnen noemen, iets ondefinieerbaars maar iets dat er onmiskenbaar was. Als Carina het toneel opkwam volgden de ogen van het publiek háár, zelfs als er nog tien andere dansers, die allemaal een andere choreografie hadden, op het toneel stonden, (een extreem voorbeeld: Het Gekkenhuis). Elke grote toneelpersoonlijkheid moet het hebben en het is iets dat je bij geboorte al hebt en dat je niet aan kunt leren. In de Ballets Suédois periode maakte Carina Ari naam in Parijs en in de vele steden die het ensemble op de tournees aandeed. Later kon ze als solist terugkeren en er op rekenen dat ze niet zou worden vergeten. Overal kreeg ze "fans" (hoewel dat woord toen nog niet bestond).




Carina Ari 1925
1925
Carina Ari in 1925


Carina Ari

Stadionballetten


In Stockholm vierde men de Dag van het Kind gewoonlijk in het Stadion met o.a. een voorstelling van een massa dansende kinderen. Fokine had in 1918 een aantal bijzonder spectaculaire kolossale balletten gemaakt: De jaargetijden en de Maneschijn Sonate.De geweldige weide werd natuurlijk niet door professionele dansers of leerlingen van een dansacademie gevuld. Daar werden schoolklassen voor gebruikt, die men leerde hoe ze zich als massa moest bewegen.

Het grote aantal deelnemers en het zich tegelijk bewegen gaf een groot ornamenteel effect. Een groot aantal deelnemers zich unisono te laten bewegen is een oud choreografisch mechanisme, dat al in het Zwanenmeer en in La Bajadère artistiek gebruikt werd en meer commercieel door de aantrekkelijke Tiller Girls , die door de Engelse gepensioneerde sergeant John Tiller in het cabaret werd gelanceerd.

Carina, die Fokine's massachoreografieën in het Stadion natuurlijk had gezien – misschien had ze wel aan een daarvan mee gedaan – nam de show van september 1925 graag op zich, omdat ze toch geen werk had. Het weer werkte mee en haar volksdans en de voorstelling werden een daverend succes. Ze kreeg dezelfde opdracht nogmaals in 1929 en in 1930, met meer dan 2.000 dansers vooral kinderen.


Stadion van Stockholm 1929
"Kleurenspel"; Stadion van Stockholm 1929


1930
Carina Ari in 1930


Repetitie van De manestraal
Repetitie van "De manestraal"
met Serge Peretti, Camille Bos
en Carina Ari, rechts (1934)


1932
1933
Carina omgeven door haar leerlingen in Parijs, 1932 (o.) 1933 (u.)


Sulamit, 1938
Carina Ari als "Sulamit" in
"Le Cantique des Cantiques", 1938


1939
Carina Ari in 1939


Jan Moltzer, Bols
Jan Moltzer, Bols

BOLS reklam

1950
Carina Ari in 1950


Carina Ari with the bust of Opera director Harald André
In het atelier in Buenos Aires (1950)


Carina Ari, in the end of the 1960s
Carina Ari, eind jaren 60
(Foto: Dagens Bild)


Carina Ari
Carina Ari
(14/4 1897 - 24/12 1970)

Het testament


In de door Carina Ari zelf opgestelde statuten benoemde ze enkele persoonlijke vrienden die ze vertrouwde tot bestuurslid voor het leven en een aantal andere als bestuurslid voor de tijd dat ze beroepsmatig werkzaam zouden zijn in hun respectievelijke dansgerelateerde disciplines als de directeur van de opera, een ballerina, een vertegenwoordiger van de klassieke school, een representant van de Zweedse Vereniging van Dansdocenten en een regeringslid.

De regering van Zweden nam het op zich om het bestuur aan te vullen wanneer er een vacature was en toezicht op de financiën te houden door accountants aan te stellen. Nu wordt de stichting in overeenstemming met de wet op de stichtingen bestuurd en vernieuwt het bestuur zichzelf.

Het vermogen, dat Carina Ari naliet aan haar herdenkingsfonds, bedroeg 12 miljoen Zweedse kronen. Dit vermogen is inmiddels gegroeid tot ca. 100 miljoen kronen. Het fonds is daarmee een van de grootste in zijn soort.

Het herdenkingsfonds heeft, vanaf zijn oprichting, meer dan duizend beurzen toegekend aan jonge dansers, ondersteunde een vijftigtal oudere dansers op een meer permanente basis, inspireerde een groeiende belangstelling voor serieuze onderzoeksonderwerpen en veroverde een vooraanstaande positie in het internationale streven het immateriële cultuurgoed, dat de danskunst is, voor het nageslacht te bewaren.


door Bengt Häger


Het leven van Carina kende ups en downs. Ze werd onder erbarmelijke omstandigheden geboren, maar stierf beroemd, rijk en geliefd.

De eerste schreden op haar opmerkelijke pad zette Carina in het Koninklijke Theater te Stockholm. Haar moeder meldde haar bij de balletschool aan, omdat arme meisjes daar de meeste kans kregen. Daar kreeg je als kind een gratis vakopleiding en daarbovenop ook nog eens inkomsten want ze figureerden 's avonds vaak in opera's.

Alle bijdragen in het huishouden waren welkom. Haar moeder was ziekelijk en wie de vader was, was niet duidelijk. Extreme armoede kan iemands intellect scherpen: Carina kocht bloemen, maakte daar smaakvolle boeketten van, die ze in Gamla Stan aan kleine winkeliers en handwerkslieden verkocht om hun etalages en winkels mee te versieren. Dat bedacht ze toen ze tien, elf jaar oud was. Niemand eerder was op dat idee gekomen.

Fokine was een stimulerende leermeester

Het balletonderwijs aan de school van de Opera was gedegen. De dansers kregen een goede opleiding in een tamelijk stijve klassieke 18de eeuwse stijl .De theaterleiding had niet veel kaas gegeten van choreografie. De regisseur gebruikte het corps de ballet slechts als figuranten. Het zou nog tot na de tweede wereldoorlog duren voordat de dansers zich uitsluitend aan de danskunst zelf konden wijden.

Degene die al vroeg nieuwe wegen toonde was het genie Michel Fokine, de vernieuwer van het ballet die in 1913 en 1914 voor een gastoptreden door de Opera naar Stockholm werd gehaald.

Het bleek voor de Zweedse dansers bijzonder stimulerend om de grote choreografieen te leren Maar twee seizoenen na zijn korte bezoek verviel het Operaballet weer in het eeuwige veilige repertoire.

Carina kon de gedachte aan een toekomst waarin ze zich niet volledig artistiek zou kunnen uitdrukken niet verdragen. Ze was nog niet als solist – die door Fokine zelf geprezen werd -bij de Opera aangenomen of ze wierp zich in een onzekere toekomst door de aanstelling op te zeggen. Dat was in 1918. Fokine was de revolutie in Rusland ontvlucht en had een privé-school bij Kopenhaven geopend. Carina bewoog een bankier (die niet bepaald in dansers geïnteresseerd was) om haar niet minder dan 5.000 kronen te geven zodat ze privé-lessen bij Fokine kon nemen. De eerste balletbeurs in Zweden, zei ze altijd. "Wat ik van meester Fokine leerde was mijn levenskapitaal – zowel zijn nieuwe dramatische manier van bewegen als zijn manier van denken als choreograaf."

Carina Ari - Erotikon

Mauritz Stiller en de "Erotikon"

Terug in Stockholm was ze dus werkloos. Ze onderwees ballroom dansen (dat was goed betaald werk, zelfs voor klassieke dansers). Bij een diner bij een leerling thuis ontmoette Carina de ontdekker van Greta Garbo, Mauritz Stiller. Hij was juist met een film bezig waarin de hoofdpersonen in de loge van de Opera zouden zitten. Ze hadden iemand nodig die toezicht hield en dat was een probleem. Het was de tijd van de stomme film en een zanger met zijn mond wijd open zonder andere begeleiding dan de gewone bioscooppianist zou een komisch effect opleveren. Ballet zou dan beter zijn. Stiller raadpleegde zijn tafeldame. Jazeker, zij had wel tijd om in de film te dansen. "Maar wie moet de bewegingen dan verzinnen?" - "Dat kan ik ook wel doen", verzekerde Carina hem brutaalweg. "Ik heb een verklaring van Fokine dat ik een getalenteerde choreograaf ben.

En zo geschiedde. Stiller had geen idee welk risico hij nam en Carina begreep precies wat er nodig was. De choreografie was niet opzienbarend, ze volgde Fokine's oosterse stijl. Carina danste de hoofdrol op die sensuele en overdreven dramatische manier die karakteristiek is voor de manier van acteren in stomme films. Misschien valt Stillers film Erotikon (1920) nu alleen nog maar te bekijken door Carina's ballet.

Carina was nog steeds een vrij zwevende danseres zonder vaste aanstelling. Maar toen kwam de grote sprong! De wereld in!

Jean Börlin, Carina Ari, Rolf de Maré
De tournee van het Zweedse Ballet door Spanje in 1921.
Boven: Jean Börlin, daaronder
Carina Ari, en directeur Rolf de Maré

Jean en Carina hebben elkaars hoed op, de "chef" heeft zijn eigen op.

Parijs - Les Ballets Suédois


Een vermogende kunstverzamelaar, Rolf de Maré wilde, daartoe overgehaald door Fokine, in de voetsporen treden van de magnifieke directeur de ballet Diaghilev (Ballet Russes). Maré begon met het Ballet Suédois in Parijs om zo een reputatie in het voor buitenlanders moeilijk toegankelijke en snobistische Parijs op te bouwen. Carina was een vanzelfsprekende keus en de beste en jongste dansers van de Opera van Stockholm werden in 1920 voor drie jaar gecontracteerd om met Parijs als basis in heel Europa te dansen.

Het Zweedse balletgezelschap, Les Ballets Suédois (1920-1925), was het op een na grootste reizende ballet ter wereld, de tweede na les Ballets Russes. Een halve eeuw later waren er veel van zulke reizende dansensembles en daar is een logische verklaring voor: dramavoorstellingen blijven waar ze zijn, omdat ze alleen binnen de eigen taalgrenzen te begrijpen zijn. Dans daarentegen is universeel en niet aan taalgrenzen gebonden. In de balletwereld kan een groot artiest heel makkelijk van nationaliteit veranderen. Dat deed Carina Ari. Het meisje uit Gamla Stan nam de Franse nationaliteit aan en werd een Pan-Europese ster.

Dat ging heel snel. Ze werd onmiddellijk beroemd, misschien wel meer algemeen en zonder voorbehoud dan wie dan ook in het Ballets Suédois. Over de choreograaf Jean Börlin, een beduidend grotere kunstenaar, was er meer discussie. Zijn radicaal vernieuwende karakter was moeilijk te verteren en al helemaal niemand begreep zijn grootheid.

Voor de danseres Carina was Börlins werk een platform om haar veelzijdigheid als uitvoerend kunstenaar te tonen. Haar register was veel uitgebreider dan van andere dansers. Opgeleid in pure klassieke stijl, was ze beïnvloed door het nieuw romanticisme van Fokine, (zoals in de Sylfides of in Chopiniana van Börlin). Ze was ook belachelijk expressionistisch (bijvoorbeeld in het Gekkenhuis), pretentieloos volks (Midzomerwake), verfijnd en elegant (Tombeau de Couperin), potsierlijk (Mariés de la Tour Eiffel) en tegelijk mooi, sensueel en als het ook maar even kon met twinkelende ogen.

Contract

Rolf de Maré had de dansers voor drie jaar geëngageerd en ze kregen het volledige loon ook in de tussenseizoenen, als ze geen publiek konden trekken, doorbetaald. Alleen bij de staatstheaters had je zulke contracten. Dat een particuliere theaterdirecteur een dergelijk contract aanbood, was genereus. Zelfs nu nog is het zo dat een danser voor een beperkt aantal voorstellingen wordt gecontracteerd en dat die zich voor het overige maar zelf moet zien te redden – een gezelschap vinden, zijn spaargeld aanspreken of een baantje zoeken (in de VS werken danseressen nogal eens als serveerster in een restaurant).

Voor de meeste dansers is het heel normaal om ieder jaar een tijd geen werk te hebben. De leden van het Ballets Suédois trokken er echter in de zomertijd volledig doorbetaald op uit.

Carina had ondertussen een aanbod gekregen voor de hoofdrol in een Duitse film en een contract gesloten omdat het toch in de vakantie van het ballet viel. Toen ze dit argeloos tegen de Maré zei, werd hij razend. Ze was het hele jaar bij hem in dienst en mocht geen ander werk aannemen zonder hem eerst om toestemming te vragen. Als hij zich veronachtzaamd voelde was hij onverbiddelijk. Het kwam bijna tot een proces, maar Carina's advocaat raadde dit af. Ze moest het aantrekkelijke filmcontract ontbinden. Dat ging naar een andere onbekende kandidaat Pola Negri genaamd, die door het succes van deze film wereldberoemd werd. Carina Ari had even beroemd kunnen worden. Ze had er in elk geval alles voor in huis, maar tegen een filmster kon ze niet op – vooral in economisch opzicht - al was ze nog zo'n vooraanstaande danser.

Carina haatte de Maré vanwege de schade die hij haar had berokkend. Veel later in haar leven toen ze toch nog rijk was geworden – veel rijker dan hij – vergaf ze het hem min of meer, hoewel, als ze er de kans toe kreeg, kon ze het niet laten hem een steek onder water te geven.

Carina verliet zo snel als dat mogelijk was het Ballets Suédois. Daarvoor meldde ze zich bij perioden ziek, deed alsof ze jicht had, wat misschien wel een beetje waar was, hoewel ze er alleen maar aan leed als het haar uitkwam. Over het algemeen was ze haar hele leven heel gezond en was ze onvermoeibaar vitaal.

Inghelbrecht


In haar strijd met Rolf de Maré kreeg Carina Ari steun van de directeur muziek en eerste kapelmeester Desiré-Émile Inghelbrecht. Hij was de lievelingsleerling van Debussy en zou een van de grootste dirigenten van Frankrijk van de 19de eeuw worden.

Inghelbrecht was getrouwd met de dochter van de bekende schilder Steinlen (die het toneel voor Iberia van les Ballets Suédois ontwierp). Het huwelijk was al uitgedoofd en Carina nam de plaats van Mme. Inghelbrecht in.

In de herfst van 1924 werd Inghelbrecht directeur muziek bij de Opéra Comique, de tweede Staatstheater van Parijs, dat gespecialiseerd was in middelgrote dramatische opera's bijvoorbeeld Carmen. Volgens de Franse smaak moest elke opera een ballet hebben, maar vrijstaande balletten waren in die tijd aan de Grote Opera voorbehouden. Carina Ari werkte een aantal jaren aan een riskant plan om een volledig avondprogramma te maken waarin zij niet alleen de enige choreograaf zou zijn maar ook de enige vertolker.

Dat was gebruikelijk in het nieuwe genre Moderne Dans (ook wel vrije dans genoemd, d.w.z. bevrijd van de klassieke regels). Geen klassieke danser had er zich voor Carina echter aan gewaagd. Carina had net zoals de moderne dansers weinig gelegenheid om tussendoor op te treden. Ze had alleen voor relatief korte perioden in haar carrière vaste contracten gehad.

Ze was in alle opzichten een toegewijde leerling van Fokine. Ook wat de praktische kant van zijn hervormingen aangaat: zulke afwisselende programma's samenstellen dat ze de nieuwe rusteloosheid van de 20ste eeuw tevredenstelde. De lange voorstellingen van de eeuw daarvoor zoals La Bajadère, Le Corsaire en ook Doornroosje waren verhalen met een ingewikkeld plot, die met literaire precisie werden verteld. Daar waren maar enkele zo dichterlijk of psychologisch doorwrocht dat ze pakkend of tenminste helemaal te begrijpen waren (bijvoorbeeld het Zwanenmeer of Giselle).

Het idee van Fokine was van een geniale eenvoud: een ballet moet niet langer dan noodzakelijk zijn. Een akte is vaak genoeg om wat er te zeggen valt uit te drukken. Een boeket korte balletten maakt meer afwisseling mogelijk. Het programma van Ballets Russes bestond in de regel uit korte werken, en dat gold ook voor het repertoire van Börlin voor het Ballets Suédois. Het succes van deze artistieke vernieuwers berustte voor een groot gedeelte ook op de indrukwekkende decors, een nieuw voor elk werk. Het publiek was nog niet uitgekeken op een setting of er was al een nieuwe.

Daar nam Carina Ari goede nota van. In tegenstelling tot het sobere met donkere draperieën beklede toneel van de moderne dansers, dat door Isadora Duncan geïntroduceerd was, liet zij voor elk van haar solodansen grote ensceneringen maken. Ze was met veel vooraanstaande schilders bevriend en Grünewald, Moureau en Dethomas schonken haar decors. Tot de vriendenkring van Inghelbrecht behoorden componisten als Honegger, Reynaldo Hahn en Florent Schmitt. Carina kreeg de muziek van hen en van haar echtgenoot. Ze danste met een door Inghelbrecht gedirigeerd uit 40 musici bestaand orkest en niet met maar een enkele pianist waarmee haar collega's meestal genoegen moesten nemen. Carina Ari's " scènes dansées", acht in getal, heeft ze in 1925 voor de eerste keer bij de Opéra Comique opgevoerd.

Het eerste stuk was Rêve ("Droom") een dichterlijke schildering dat de wens om een boom in de natuur te zijn uitdrukte. Hierna komt Sous-marine ("Op de bodem van de zee "), een onderwater scène met wiegende algen die vechten om te overleven. Het volgende ballet Le Retour interrompu ("Buiten de herberg "), speelt zich af buiten een herberg in een Spaans dorp. Er komt een meisje langs, dat stilhoudt omdat ze muziek uit een venster hoort komen en dat voor zichzelf danst en weer in de nacht verdwijnt. Degas, is de naam van een humoristische schildering van het leven van een klassieke danser, oefeningen aan de barre, een flirt met bewonderaars, precieuze dansen, satire van de maniertjes en de air van een ballerina. Carina heeft de scenografie voor La danse pour les oiseaux ("De dans voor de vogels ") zelf gemaakt. Hier gebruikt ze de klassieke stijl serieus, tekent de vogels en hun vlucht. Musique sur l'eau bestaat uit de golven van de zee en het zwemmen van een meermin en haar gevleugelde zusters, de zwanen. La danse d'Abisag is de weergave van een Bijbelse anekdote. De gestalte van een maagd komt uit een Byzantijnse mozaïekmuur te voorschijn en ze danst voor de oude koning David, met bijna kubistische, hoekige bewegingen, ingehouden en archaïsch – qua stijl het meest originele stuk van het programma.Bij wijze van lichtvoetige finale Kajsa et Britta, een bagatelle over hoe "kleren het meisje maken". Een arm meisje mag de kleren van een rijk meisje lenen en wordt plotseling door alle jongens begeerd.

Een ingewikkeld programma en Carina maakte het zich in de uitvoering ervan niet gemakkelijk. Ze wilde de pauzes tussen de dansnummers niet met muziek opvullen en daarom moest elke scènewisseling vreselijk snel gemaakt worden. De kostuumwisseling mocht op zijn hoogst 2 minuten duren. Elk detail was uitgerekend en de constructie van de kleding uitgekiend. Nog veeleisender was de mentale concentratie die de danser nodig had om van de ene gemoedstoestand direct in een andere te glijden. Het publiek was dolenthousiast over Carina Ari. Ze bleef de "scènes dansées" door de jaren heen opvoeren, in Parijs en in gastopvoeringen in Europa –zelfs in Stockholm – als een "one woman tour" samen met Inghelbrecht die in elke plaats met een nieuw orkest repeteerde.

Ode à la Rose

In verband met een festiviteit in het presidentiele paleis in Parijs in 1927 kreeg Carina Ari de eervolle opdracht om een choreografie te maken, met een voor de gelegenheid gevormde dansgroep. Ze koos Ode à la Rose naar een gedicht van Ronsard. Een ode aan de bloem die zo'n belangrijk symbool voor de gevoelswereld van de hoofse poëzie was. Carina Ari voelde zich aangetrokken tot subtiele, bijna abstracte gevoelsbeschrijvingenr.

Na de bewonderde roos kreeg Carina Ari opdracht een ballet te maken voor de Parijse Opera, Palais Garnier, zoals de Parijzenaren zeggen ter nagedachtenis aan de architect (hoeveel Stockholmers weten wie hun opera heeft ontworpen?). Het Franse Operaballet was sinds de eeuwwisseling in verval geraakt. Ze waren eerst overtroffen door de Russen en toen door de Zweden, verstijfd en de aansluiting met de tijd verloren en er werd door zowel de theaterleiding als het publiek op neergekeken. Daarom maakte het ballet geen eigen programma meer, maar werden ze alleen als opvulling gebruikt als een opera niet lang genoeg was.Pas toen Serge Lifar in 1930 directeur de ballet werd, kwam het ballet van de Parijse Opera weer in de lift en bereikte het weer de hoogte waar ze nog steeds op zit.

Carina Ari bracht in 1928 een eerste sprankje hoop met het ballet "De manestraal". Ze kwam op het juiste ogenblik. Deze dansers beheersten de klassieke techniek tot in de puntjes. Het was nodig om er nieuw leven in te blazen met een gepaste choreografie. Carina karakteriseerde "De manestraal" als "een choreografisch gedicht ". Ze maakte voor de zekerheid zelf de decors.Er zijn een groot aantal kleine tekeningetjes over. Ze bereidde de compositie voor en beschreef de veranderingen in de bewegingen en de verdeling van de dansers in de ruimte tot in vrijwel het kleinste detail.

He maakte met andere woorden haar eigen bewegingsnotatie Als Börlin zichzelf daarvoor ook de tijd had gegund dan had men zijn baanbrekende choreografieen nu kunnen bestuderen en herscheppen!

Met zijn exquise smaak had Inghelbrecht muziek van Gabriel Fauré gekozen en het zelf georkestreerd. Het ballet had op een bepaalde manier "inhoud", maar was erg abstract, het waren eerder visoenen, aanduidingen en ideeën dan een duidelijk verhaal. Een mild soort rivaliteit tussen "De manestraal", die de jongeling op de dochter van de Blauwe Bergen verovert, maar die hem bij nader inzien aan haar, die hem meer verdient, teruggeeft. Winden, luchten in lichtere en donkerdere nuances glijden over het toneel door middel van geraffineerde en steeds wisselende belichting (ontworpen door de directeur van de opera Rouché zelf). "De manestraal" is verwant aan de Sylfides van Fokine, maar is subtieler - en met een sensuele ondertoon.

Vrouwelijke choreografen zijn bijzonder zeldzaam in de geschiedenis van het Franse klassieke ballet. Van de paar die er zijn, zijn er twee in Stockholm geboren: Marie Taglioni die in 1860 haar enige ballet Le Papillon maakte en Carina Ari met haar "De manestraal" in 1928. Ik heb de eerstgenoemde niet gezien, maar de beschrijvingen ervan doen mij vermoeden dat er veel overeenkomsten zijn – het zijn allebei lyrische fantasieën en allebei belichten ze het mysterieuze schijnen van de maan.

"De manestraal" werd nóg een eclatant succes in de rij van Carina Ari's triomfen. Het werd in 1934 nog een keer opgevoerd. Ze had de hoofdrol rondom Spessivtseva (een van de grootste dansers uit die tijd) gecreëerd, maar die kreeg een ongeluk en omdat er weinig tijd was, vond men niemand anders voor de zeer bijzondere rol en daarom danste Carina Ari die in 1928 zelf en later bij de nieuwe voorstelling in 1934 weer.

Kort gastoptreden in Algiers


De opera van Algiers moest in artistiek opzicht grondig vernieuwd worden. Carina stond nu in groot aanzien bij de beroepsdansers en ze werd aangetrokken als directeur de ballet en Inghelbrecht als directeur de opera.

In Algiers trok de opera een welgestelde, conservatieve en kleinburgerlijke Franse bovenklasse. Inghelbrecht, een verwoede tegenstander van welk soort racisme dan ook lukte het bijna onmiddellijk om met de meesten ruzie te krijgen en keerde in blinde woede naar Parijs terug. Carina had al veel energie gestoken in het tot leven wekken van het ballet en nieuwe dansers van Het Koninklijke Ballet van Kopenhagen aan te trekken, waar haar voormalig collega van het Ballet Suédois, Kaj Smitt directeur de ballet was. Alleen al in het eerste seizoen maakte Carina zes eigen balletten bovenop de nieuwe choreografieën voor alle opera's in het repertoire.

Na een jaar werd ze van overwerktheid ziek en voegde zich bij Inghelbrecht in Parijs. Daar kregen beiden in1932 een vaste aanstelling bij de Opéra Comique, hij als directeur de musique, Carina Ari als "étoile" (sterdanseres te vergelijken met die van de Opera van Parijs), en als directeur de ballet. Ze had een hele klus aan het herzien van alle dansstukken van de opera, wat in werkelijkheid betekende dat ze nieuwe moest maken. De pers was vol lof over deze "smaakvolle en intelligente"meesterwerken. Bij de Opéra Comique vonden ze deze aparte balletten nog steeds overbodig. Carina kreeg het erdoor dat ze een ballet op de walzen van Brahms in een bijna abstracte klassieke stijl mocht maken (dat zou Balanchine later ook doen).

Stromingen in het ballet


In het begin van de jaren 30 was men nog gewend om oudere wat sterkere danseressen mannenrollen in travestie te laten dansen. Carina Ari die van mannen hield, verafschuwde dat.

Ze plaatste een advertentie waarin ze mannen zocht, in het bijzonder een partner voor zichzelf. Balanchine meldde zich aan, maar werd afgewezen. Hij is nooit een bijzonder goede danser geweest, hoewel hij later een van de grootste choreografen van zijn eeuw zou worden. Carina koos Boris Kniaseff als haar danspartner. Hij was ook niet een echt groot danser.Dar had je er niet zoveel van. Kniaseff werd later een buitengewoon goede docent en in de veertiger jaren een tijdje directeur de ballet bij de Opera van Stockholm.

Dat brengt ons op een nu totaal vergeten kant van Carina Ari's werk. Ze was een zeer verdienstelijke docent. Zoals al eerder is gezegd, nam ze privé-lessen bij Fokine, na op de balletschool van de Stockholmse opera in de Franse stijl te zijn opgeleid. Bij de Opera Comique was er een "second in command", Mauricette Cébron, die iets ouder was dan Carina. Ze volgde de methodiek van Carina en leidde de dagelijkse trainingen als Carina niet kon. Ze verliet de Opéra Comique in 1934 om docent aan de balletschool van de Opera van Parijs te worden. Dat bleef ze een kwart eeuw. Bijna alle volgende beroemde Franse sterren zijn bij haar begonnen volgens een van Carina Ari afkomstig systeem. Zij had het weer van de Russen en die waren weer door de Fransen en de Italianen beïnvloed. Zo kunnen de stromingen in de balletwereld gaan. Carina was een - niet onbelangrijke - schakel in een ketting.

Inghelbrecht bleef net als Carina Ari slechts anderhalf jaar bij de Opéra Comique. Carina maakte zoals al eerder genoemd een nieuwe uitvoering van "De manestraal" bij de Opera van Parijs en daarna bij de Opera van Stockholm in 1935. Het jaar daarop voerde ze Eva (eigenlijk De metamorfosen van Eva geheten) voor het eerst in Stockholm op, een medley van Eva's door de tijden heen, die de solisten van het ballet van de Opera interessante rollen boodr.

Premier danseur van het Operaballet, Teddy Rhodins, schrijft in zijn memoires: "Ik had nog nooit iemand gezien, die zo mooi was".

Nog een jaar later vlak voor nieuwjaar 1937/1938 maakte Carina Ari een veel uitgebreidere Ode de la rose voor de Opera van Stockholm, en de drie stukken moesten samen een hele "Carina Ari Avond" vormen.

Het duurde een kwart eeuw voor ze weer met een choreografie in haar geboortestad terugkwam, een reconstructie van wat ze zich herinnerde van Börlins De Dwaze Maagden . Ze was haar eigen choreografieën toen totaal vergeten , een niet ongewoon fenomeen bij dansers.

Carina Ari, Serge Lifar, Paul Goubé
Carina Ari, Serge Lifar, Paul Goubé

Le Cantique des Cantiques

In het Parijs van de jaren dertig wachtte haar nog één grote opdracht. Serge Lifar wilde een op het Bijbelse Hooglied gebaseerd ballet maken: Le Cantique des Cantiques. Hij nam zelf de hoofdrol voor zijn rekening en had een partner nodig.

Het stuk was één van Lifar's modernistische experimenten. De tijd voor dergelijke experimenten was eigenlijk al voorbij. De hoogtijdagen van het modernisme waren in Parijs de jaren twintig met de Ballets Russes en Ballets Suédois en de overvloed aan "ismen" waarmee deze waren omringd.De door velen gevoelde oorlogsdreiging wierp in 1938 zijn verlammende ijskoude schaduw vooruit. De gelederen van de kunstenaars en modellen in het Café Dôme dunden uit. Alleen bij het ballet merkte je er niets van –tot op het laatst niet. Honegger kreeg de opdracht de muziek voor de Cantique des Cantiques – voornamelijk voor slagwerk - te schrijven. Voor de rol van de mooie Sulamit was een ervaren, klassiek geschoolde danseres nodig, die deze opleiding echter ook los kon laten en zich "vrij", sensueel en naar eigen inzicht wist te bewegen. Lifar kon niemand vinden met dergelijke kwaliteiten, behalve Carina dan. Hij maakte een choreografie, die hij niet helemaal had uitgewerkt. Hij wilde voornamelijk improviseren om zo een bepaalde spanning, een scheppend moment voor open doek te creëren. Carina was daar niet van op de hoogte, maar in hun grote pas de deux begon hij opeens geheel andere bewegingen te maken dan die ze samen hadden ingestudeerd. Wat kon ze doen? "Ik kon daar toch niet zo maar wat staan te staan met een publiek dat naar me zat te staren!" Met ware doodsverachting maakte Carina –ter plekke – een choreografie voor zichzelf ter begeleiding van haar partner; daarna ontwikkelde zich een strijd wie het meest expressief was.

Niemand kon Carina wat ritme en muzikaliteit aangaat verslaan. Het publiek was laaiend enthousiast en de pers lovend over de danseres, zij het wat minder over de danser. Lifar ging er echter flink op vooruit. De Cantique des Cantiques ging de geschiedenis in als een van zijn beste stukken. Na acht voorstellingen was Lifar het choreografische duel zat en legde het ballet neer.

Carina Ari voerde in 1939 haar "Scènes dansées"nog een latste keer in de Opera Comique op. Het was haar zwanenzang.

Een dominante man


Het is voor een danser heel moeilijk afscheid van het theater te moeten nemen, veel moeilijker dan voor andere kunstenaars. Carina was tenslotte nog heel erg jong, maar iets over de 40, de beste leeftijd voor een vrouw, maar het is volkomen normaal en onoverkomelijk dat de spieren tegen de behoefte om te dansen in opstand komen.

Carina was extrovert en exhibitionistisch net zoals alle echte dansers. Lang geleden had ze een vak geleerd dat haar tweede natuur was geworden. Haar hele volwassen leven was Carina het gewoon geweest om het middelpunt van duizenden blikken te zijn, de gevoelens van het publiek te beheersen, mannen en vrouwen, jonge zowel als oude, te verleiden.

Als het op zijn best is eindigt het abrupt. Het is een voorproefje van de dood, hoewel je nog je halve leven voor je hebt. Carina huiverde altijd bij de gedachte aan de dood.

In deze tijd is een danser uiterst kwetsbaar. Hij heeft dan vooral behoefte aan de liefde en zorg van een echtgenoot. Dat was al lang daarvoor echter uit Carina's handen gegleden. Inghelbrecht die in geen van zijn beide huwelijken bijzonder warm was geweest, werd toen hij de 60 jaar naderde voor de eerste keer hopeloos verliefd op Carina's beste vriendin. Carina werd zelf altijd heel snel verliefd en haar bekende "affaires", een aantal korte, een aantal langere soms een aantal tegelijkertijd, hadden Inghelbrecht niet echt veel kunnen schelen. Hij sprak soms in een toegefelijke toon tegen Carina alsof ze zijn dochter was (wat ze gezien hun leeftijdverschil had kunnen zijn).

Voor de eerste keer werd Carina zich ervan bewust wat eenzaamheid is. Ze ontvluchtte de mondaine Parijse kringen en dompelde zich onder in het kleine luxueuze kuuroord Aix les Bains,onder het mom dat ze last van haar spieren had (dat was meer psychosomatisch dan werkelijk, ze leed altijd al aan een ijzeren gezondheid). Zoals gewoonlijk had ze geen geld. Ze had nooit iets zelf hoeven te betalen, ze had altijd rijke en vrijgevige vrienden bij de hand.

Nu dus ook. Een vriendin nodigt haar uit voor een diner in het meest chique hotel van Aix. Carina hult zich ( met een gespeelde eenvoud, er op gericht om op te vallen ) in een lange witte jurk en een kleine rode bolero. Haar entree in het restaurant is magnifiek. De monden van de kelners vallen open en bijna laten ze de schalen vallen.. Een kleine droevige gentleman aan een tafel verliest zijn concentratie helemaal.Hij nodigt haar al snel voor een diner uit.Hij is erg gesloten over zichzelf, een Hollander, hyperintelligent, gewend te bevelen, maar nu aangedaan omdat zijn vrouw hem beu is en echtscheiding heeft aangevraagd.

Jan Moltzer is kleurloos, net zoals Inghelbrecht klein van stuk, maar goedgebouwd en gespierd met een stijlvol, krachtig hoofd. Hij is zwijgzaam en geheimzinnig, Carina beeldschoon en een beetje weelderig (nadat ze opgehouden was met trainen), oprecht, humoristisch, sensueel en genereus met het enige wat ze nog heeft – haar lichaam en haar sterke geest.

Zo zagen ze elkaar. Hij vroeg haar of ze voorgoed met hem mee wilde naar Zuid Amerika.Ze konden nog niet trouwen omdat zijn ex-vrouw er lucht van had gekregen dat haar afgewezen man nieuw geluk gevonden had. De echtscheiding sleepte voort om hem te straffen en was duur. Pas in 1942 kon Jan Moltzer voor de derde keer en Carina Ari voor de tweede keer voor de wet trouwen.

Ondertussen was Carina zo stilletjes aan meer over de nieuwe man in haar leven te weten gekomen.Hij was een geadopteerde zoon van een kinderloze Nederlandse industriemagnaat en hij had het oude destillateurbedrijf Bols geerfd. Moltzer voorzag een oorlog met Duitsland. Hij was in de ogen van de Nazi's misschien niet geheel Arisch. In elk geval nam hij zijn beste voormannen mee naar Buenos Aires en van daaruit kon hij gedurende de oorlogsjaren zijn echte beroemde drank aan de vrije wereld leveren terwijl de Europese industrieën dat niet konden.Zijn twee zonen kwamen onder de Duitse bezetting van Nederland om en een van zijn twee dochters stierf bij een ongeluk. Zijn andere dochter onderhield haar hele leven een innige vriendschap met haar stiefmoeder. Hij kreeg met Carina geen kinderen, maar wel een tien jaar durend gelukkig huwelijk.

Carina vond het fijn een dominante echtgenoot te hebben, ze hield van echte viriele kerels. Moltzer was niet wat je noemt een leuke man, maar hij was goed voor haar. Op zijn eigen plechtstatige manier hield hij heel veel van haar en overlaadde haar met dure sieraden en bontjassen. Hij kon niet tegen aarzelen. Als ze in een winkel waren en Carina paste zoals vrouwen dat doen de halve winkel, dan onderbrak hij haar met een: "Wil je wat je nu aanhebt hebben? Anders gaan we meteen weg!" En Carina had al snel door dat ze voor de zekerheid beter ja kon zeggen. Ze kon als de eerste bontjas haar toch niet helemaal beviel, immers een paar dagen later er nog een kopen.

Carina groeide uit tot een uitstekende gastvouw op het landgoedachtige huis van Moltzer even buiten Buenos Aires. Ze was van nature theatraal, een prima donna tot in de topjes van haar vingers en tegelijkertijd was ze verfijnd, had ze geen pretenties en stond ze open voor de zorgen van anderen.

Jan Moltzer stierf in 1951 nog maar 68 jaar oud aan een hartinfarct. Zijn weduwe erfde een groot deel van zijn vermogen, voornamelijk in de vorm van aandelen in Bols. Carina's verdriet en gemis waren hevig en echt. Ze was 54 jaar en hechtte zich nooit meer aan een man.

In het atelier in Buenos Aires De dans was een afgesloten hoofdstuk. Net zoals vele ballerina's wilde Carina beeldhouwen om een artistiek vak uit te oefenen. Ze nam in New York les en was vooral goed in het maken van portretachtige bustes, voornamelijk van vrienden. Haar grote kop van Dag Hammarskjöld is de meest geslaagde, er staat een standbeeld van hem bij de VN in New York en een in het slot van Uppsala, waar hij in zijn jeugd heeft gewoond.

Na de dood van haar man bleef Carina Ari de Moltzer in Buenos Aires, waar ze vele vrienden had gekregen en dat een centrum van een druk sociaal leven was. Om het jaar ging ze naar Europa. Ze hield haar kleine, mooie atelierwoning in Parijs aan en was het aan zichzelf verplicht om in het kreeftenseizoen in Stockholm te zijn. Soms bracht ze ook een gedeelte van de zomer in Zweden door.

De donatrice


Op een paar persoonlijke vrienden uit Stockholm van voor de oorlog na kende in haar geboortestad niemand Carina.Er waren twintig jaar voorbij gegaan sinds haar dansoptreden, maar er was ook een oorlog geweest, een waterlinie tussen oud en nieuw. Dansers worden snel vergeten, misschien omdat hun professionele leven zo kort is en ze relatief jong ermee ophouden.

Er was een grote reclamecampagne voor nodig om de naam van Carina Ari weer onder de aandacht van de massamedia te brengen, maar nadat die er geweest was, was ze bekender dan ooit. Ze vond het bijzonder leuk (en was er humoristisch en sceptisch onder) om een superstar te zijn. Dat was bepaald niet moeilijk voor haar – ze was zo charmant dat ze op iedereen die ze ontmoette – en dat gold ook voor journalisten - een onvergetelijke indruk maakter.

Carina zei altijd dat het geld dat ze in haar puberteit had gekregen en gebruikt had om lessen bij Fokine te nemen, de kans van haar leven was geweest. En ze wilde net zo iets aan de collega's die na haar kwamen, geven. Carina onderschatte de Zweedse dansleraren niet: integendeel, ze betrok de Zweedse Vereniging van Dansdocenten in haar grote liefdadigheid. De dans is echter de meest internationale van de kunstvormen en het is een enorme stimulans voor jonge beoefenaren om naar het buitenland te reizen om te zien hoe er in andere metropolen gedanst wordt en ook om lessen aan buitenlandse dansscholen te volgen bij wijze van afwisseling en aanvulling.

Ze richtte een fonds op, dat beursen verstrekt. Vrienden van de danskunst stelden een prijs in haar naam in, die aan mensen die de "Zweedse danskunst bevorderd hebben" uitgereikt werd. De Carina Ari -medaille zijn vanaf 1961 spaarzaam toegekend.

Zweden had al een museum voor de dans, dat uniek was in de wereld, dat opgericht was ter nagedachtenis aan Rolf de Maré. Carina vroeg mij of ze iets dergelijks als een museum kon doen. Een instituut dat nuttig voor de danskunst zou zijn en waardoor haar naam voort kon blijven leven.

Wat zou er belangrijker kunnen zijn dan een grote bibliotheek met literatuur over dans uit de hele wereld? Ze besloot de Carina Ari Bibliotheek op te richten, tegenwoordig de grootste in zijn soort in Noord-Europa, die voldoende fondsen heeft voor aankopen en onderhoud.

Carina had helemaal geen echte verwanten. Aan moederszijde was er geen en het is nooit duidelijk geworden wie haar vader was. Een van de laatste keren dat ze in Zweden was kreeg ze een oproep van een ziekenhuis op het land. Ze trof daar een oude man aan, die op sterven lag. Ze hield waar ze over spraken voor zichzelf, maar goede vrienden van haar dachten dat het haar vader was, die toen ze een kind was af en toe bij hen woonde.

Carina was doodsbang voor de dood, maar ze begreep dat ze iets met het vermogen dat ze zou nalaten moest doen. Er moest een testament worden opgesteld om haar laatste wil neer te leggen, waarin zoveel mogelijk gegarandeerd werd dat de fondsen voor de eeuwigheid bewaard zouden blijven. Een van haar beste vrienden was de minister van justitie Herman Kling. Het testament werd door de bekwaamste jurist die hij kende en onder zijn toezicht geformuleerd. Er werd een stichting opgericht (bovenop de eerste die zich alleen met haar medailles bezighoudt) om als haar enige erfgenaam te dienen. Het Carina Ari Gedenkfonds heeft drie doelstellingen: het verstrekken van beursen aan jonge Zweedse dansers om zich in het buitenland verder te ontwikkelen, het ondersteunen oudere dansers, vooral diegene die ziek zijn geworden en het stimuleren van de kwaliteit van het onderzoek in de Zweedse dansgeschiedenis. In 2016 werd de taak van het toekennen van de Carina Ari Medaille door het Gedenkfonds overgenomen. Dit werd zodoende de vierde doelstelling van het fonds.

In de herfst van 1970 brak Carina haar dijbeen in Buenos Aires.Dokters vinden dat relatief ongevaarlijk, maar door ouderdomsdiabetes was haar weerstand verminderd. Ze werd geopereerd, maar de wond wilde niet helen. Na een lang gevecht begaf haar danshart het op 24 december 1970. Ze rust naast haar echtgenoot in het kerkhof in Nederland met het meeste natuurschoon.

Bengt Häger

Bengt Häger, Carina Ari, 1966
Bengt Häger en Carina Ari (1966)